• Liza

Wetenschappers aan het woord: Elmarije van Straalen

Bijgewerkt op: 24 jan.

In deze blog-serie ga ik in gesprek met onderzoekers van verschillende universiteiten over hun kijk op wetenschapscommunicatie. Speelt wetenschapscommunicatie op dit moment een rol in hun werk? Waarom wel of niet? En hebben ze tips voor andere wetenschappers? Door dit soort gesprekken te voeren hoop ik steeds beter te begrijpen hoe onderzoekers tegen wetenschapscommunicatie aan kijken en waar zij behoeften aan hebben. Deze keer ga ik in gesprek met Elmarije van Straalen, promovendus aan de Hogeschool van Amsterdam en VU en thema-coördinator bij het Expertise Centrum Forensische Opsporing (ECFO) Politie Nederland.


Hoe kijk jij aan tegen de rol van wetenschapscommunicatie in het werk van een onderzoeker?


‘Voor mij is onderzoek relevant als de maatschappij er iets aan heeft. Ik ben dus ook grote voorstander van het toegankelijk maken van wetenschappelijke kennis voor de maatschappij zodat veel meer mensen ervan kunnen profiteren.’


Welke rol speelt wetenschapscommunicatie op dit moment in je promotieonderzoek?


‘Een beperkte rol, helaas. Als promovendus onderzoek ik processen, beslismomenten en interpretaties binnen forensisch onderzoek. Zo kijk ik naar beslismomenten tijdens het plaats delict onderzoek, het begrip van forensische conclusies, en het gebruik van forensisch bewijs in strafzaken. Ik vind het best lastig om de kennis die uit mijn onderzoek voortvloeit te delen met een breed publiek. Want hoe vertel ik mensen buiten het forensische veld waarom mijn onderzoek belangrijk is?


‘Uiteindelijk heeft mijn onderzoek zeker meerwaarde voor de maatschappij, maar op dit moment zijn de resultaten vooral interessant binnen de forensische wereld. Daarnaast vraag ik me af of ik als promovendus al voldoende kennis heb om mijn onderzoeksresultaten met een publiek buiten de wetenschap of het forensische veld te delen. Daar komt nog eens bij dat ik gedurende mijn promotietijd nauwelijks heb geleerd om kennis toegankelijk te maken voor een algemeen publiek. Ik heb wel een mediatraining gevolgd, dat was heel nuttig, maar wetenschapscommunicatie is meestal geen vast onderdeel in de opleiding tot wetenschapper. Er zijn dus eigenlijk verschillende redenen waarom ik niet zo snel naar buiten treed met mijn onderzoek.’


Zie je dat ook om je heen gebeuren?


‘Ik zie eigenlijk vooral een tweedeling. Als ik om me heen kijk dan merk ik dat collega-wetenschappers die een ‘spicy’ onderzoeksonderwerp hebben - een onderwerp dat goed tot de verbeelding spreekt - eerder benaderd worden door journalisten dan wetenschappers die niet zo’n soort onderzoeksthema hebben, zoals ik. Ergens is dat wel te begrijpen, maar als je je bedenkt dat ook de politieke besluitvorming gevoed wordt door wat er in de media speelt dan kan deze tweedeling best verstrekkende gevolgen hebben.’


Als ik om me heen kijk dan merk ik dat collega-wetenschappers die een ‘spicy’ onderzoeksonderwerp hebben eerder benaderd worden door journalisten

Wat zou er moeten veranderen?


‘Ik denk dat om te beginnen wetenschappers veel meer getraind zouden moeten worden in het toegankelijk maken van hun kennis. Zo kan het bijvoorbeeld helpen om eens met een journalist te spreken, puur om te oefenen. Dat zou helpen om te weten hoe je je kennis goed kan overbrengen. Hier ligt trouwens ook een verantwoordelijkheid bij

universiteiten en andere kennisinstellingen. Zij kunnen actiever wetenschapscommunicatie promoten, trainingen aanbieden en onderzoekers motiveren om naar buiten te treden. Het zou helpen als je als wetenschapper richtlijnen krijgt waar je bij wetenschapscommunicatie aan kan denken en welk medium je daarvoor kan gebruiken. Ik zie om me heen dat collega’s die vaker interviews geven dat helemaal niet meer lastig of eng vinden. Maar die eerste drempels moeten wel genomen worden en daar kan je wel wat hulp bij gebruiken als jonge wetenschapper.’


Er ligt een verantwoordelijkheid bij universiteiten en kennisinstellingen om wetenschapscommunicatie te promoten, trainingen aan te bieden en onderzoekers te motiveren

Waar zie je mogelijkheden op het gebied van wetenschapscommunicatie?


‘Er worden zoveel ellenlange onderzoeksrapporten gepubliceerd en ik vraag me vaak af wie die nu écht helemaal lezen. De kans dat iemand die deze kennis in de praktijk kan gebruiken zo’n rapport helemaal leest, is heel klein. Waarom zouden we dit soort rapporten niet standaard omzetten naar of aanvullen met bijvoorbeeld een aantrekkelijk factsheet? Niet elke wetenschapper kan dit, maar misschien kunnen er formats ontwikkeld worden zodat wetenschappers hun kennis kunnen omzetten naar een toegankelijke vorm. Er valt echt nog een hoop te winnen als het gaat om wetenschapscommunicatie. Wat mij betreft begint dat met het voor wetenschappers zo makkelijk mogelijk maken om naar buiten te treden.’


Ben jij wetenschapper? En wil je graag je visie op wetenschapscommunicatie delen? Ik interview je graag!

103 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven